Wantsen komen in vrijwel iedere tuin voor. Er bestaan honderden verschillende soorten, waarvan de meeste volledig onschadelijk zijn. Sommige soorten voeden zich met planten, terwijl andere juist helpen door schadelijke insecten op te eten. Toch kunnen bepaalde wantsen bij grote aantallen schade veroorzaken aan bloemen, groenten en fruit.
In dit artikel leest u welke soorten wantsen u in de tuin kunt tegenkomen, of ze schadelijk zijn en wanneer bestrijding nodig is.
Welke soorten wantsen komen voor in de tuin?
In Nederland leven honderden soorten wantsen. De meeste vallen nauwelijks op en maken onderdeel uit van een gezond ecosysteem.
Veelvoorkomende soorten wantsen in de tuin zijn:
- Groene schildwants
- Bruine schildwants
- Grauwe schildwants
- Bessenwants
- Koolwants
- Vuurwants
- Roofwants
Niet iedere wants leeft van planten. Roofwantsen eten juist bladluizen, rupsen en andere kleine insecten en zijn daarom nuttige bewoners van de tuin.
Rode wantsen in de tuin
Rode wantsen in de tuin zijn vaak vuurwantsen. Deze zwart-rode insecten worden regelmatig in grote groepen aangetroffen op zonnige plekken, langs boomstammen of onder struiken.
Hoewel hun grote aantallen soms schrikken, richten vuurwantsen meestal weinig schade aan. Ze leven vooral van afgevallen zaden, dode insecten en plantenresten. Bestrijding is daarom meestal niet nodig.
Andere rood gekleurde wantsen kunnen eveneens voorkomen, maar veroorzaken zelden ernstige problemen.
Zijn wantsen in de tuin schadelijk?
Dat hangt af van de soort.
Veel wantsen zijn volledig onschadelijk of zelfs nuttig. Sommige plantenetende soorten prikken bladeren, vruchten of jonge scheuten aan om plantensappen op te zuigen.
Bij een grote populatie kunnen hierdoor de volgende problemen ontstaan:
- Beschadigde bladeren
- Misvormde vruchten
- Bruine vlekken op groenten
- Verminderde groei
- Minder mooie bloemen
In de meeste tuinen blijft de schade echter beperkt.
Wantsen in de tuin herkennen
Wantsen verschillen sterk in kleur en grootte, maar hebben vaak een herkenbare schildvormige bouw.
Veel voorkomende kenmerken zijn:
- Plat, schildvormig lichaam
- Zes poten
- Lange voelsprieten
- Groen, bruin, rood of grijs van kleur
- Een kenmerkende geur wanneer ze worden verstoord
Ze zijn vaak te vinden op bladeren, bloemen, struiken en groenteplanten.
Wantsen in de tuin bestrijden
In veel gevallen is bestrijding helemaal niet nodig. Alleen wanneer een grote populatie schade veroorzaakt aan planten of gewassen, kan ingrijpen verstandig zijn.
Bij een beperkte aantasting kunt u:
- Wantsen met de hand verwijderen.
- Sterk aangetaste bladeren wegknippen.
- Planten regelmatig controleren.
- Onkruid en plantenresten verwijderen waar wantsen zich kunnen verschuilen.
Bij een ernstige plaag kan een professioneel bestrijdingsmiddel effectiever zijn dan verschillende huismiddeltjes.
Hoe voorkomt u een wantsenplaag?
Een volledig wantsvrije tuin is niet wenselijk, omdat veel soorten juist bijdragen aan het natuurlijke evenwicht.
Wel kunt u de kans op overlast verkleinen door:
- De tuin netjes te onderhouden.
- Sterk aangetaste planten tijdig te verwijderen.
- Planten gezond te houden.
- Regelmatig groenten en fruit te controleren.
- Natuurlijke vijanden zoals vogels en spinnen de ruimte te geven.
Hierdoor blijft de populatie meestal vanzelf in balans.
Wanneer moet u bestrijden?
Ziet u af en toe een wants in de tuin, dan is bestrijding niet nodig. Pas wanneer grote aantallen planten aantasten of oogstschade veroorzaken, is het verstandig om maatregelen te nemen.
Bij twijfel is het verstandig eerst vast te stellen om welke soort het gaat. Veel wantsen zijn namelijk nuttig en helpen juist andere plaaginsecten onder controle te houden.
Zijn wantsen in de tuin een probleem?
Wantsen zijn een normaal onderdeel van het leven in de tuin. De meeste soorten veroorzaken weinig tot geen schade en sommige zijn zelfs nuttige natuurlijke bestrijders van andere insecten. Alleen wanneer plantenetende wantsen zich massaal vermenigvuldigen en zichtbare schade veroorzaken, is bestrijding zinvol. In de meeste gevallen is observeren en het natuurlijke evenwicht behouden de beste aanpak.
